Een branddeur is het enige bouwproduct in een pand dat elke dag wordt gebruikt en pas één keer echt moet werken. Tussen de oplevering en die ene keer zitten duizenden keren openen en sluiten, een deurdranger die zwaarder gaat lopen, een kierdichting die scheurt en een paniekstang waar iemand een keer tegenaan is gereden met een pallet. De fabrikant schrijft daarom niet alleen voor hoe de deur wordt gemonteerd, maar ook wat er daarna aan moet gebeuren.
Het antwoord in kort
Voor paniek- en nooduitgangbeslag geldt de strengste eis: controle met tussenpozen van een maand of korter, waarbij ook wordt nagegaan of alle onderdelen nog overeenkomen met de onderdelenlijst waarmee de deur is geleverd. De kracht die nodig is om de stang te ontgrendelen wordt na montage met een krachtmeter gemeten en vastgelegd in het onderhoudsregister dat bij de montage-instructie hoort. Die instructie hoort bij het gebouw te blijven, niet in de container van de aannemer.
Voor de rest van de deur geldt: smeren zonder demonteren, originele onderdelen bij reparatie, en geen aanpassingen die niet in het montage- en onderhoudsboek staan. Een rook- en warmtemelder die een vastzetinrichting bedient, vraagt om controle elk half jaar.
Wat er periodiek gecontroleerd wordt
Elke maand, bij paniek- en nooduitgangbeslag. De fabrikant schrijft controles voor met tussenpozen van een maand of korter, met daarbij een periodieke controle of alle onderdelen van het systeem nog kloppen met de lijst die bij de levering hoorde. Dat laatste is geen formaliteit: een vervangen kruk of een ander slot dat “er ook op past” haalt de deur uit de beproefde samenstelling.
Elk half jaar, bij een rook- en warmtemelder. De RFC-melder die een deur uit de vastzetinrichting laat vallen, is gecertificeerd volgens EN 54-7 en moet elk half jaar worden nagelopen om betrouwbaar te blijven werken. Plaats hem niet waar sterke luchtstromen langskomen.
Bij elke controle: smeren. Het beslag is zo gebouwd dat periodiek smeren mogelijk is zonder het te demonteren. Dat is een eis uit de norm, en tegelijk het teken dat smeren erbij hoort.
De maatvoering die klopt moet blijven
| Wat | Eis | Waarom |
|---|---|---|
| Hoogte van de paniekstang | 900 tot 1100 mm boven de afgewerkte vloer, gemeten met de deur dicht | Lager mag als er vooral kinderen in de ruimte zijn |
| Sluitkracht van de stang | Na montage meten met een krachtmeter en noteren in het onderhoudsregister | Het meetresultaat is het ijkpunt voor latere controles |
| Vloerkom van de onderste sluitstang | Steekt maximaal 15 mm boven de vloer uit en loopt taps toe in de vluchtrichting | Een hogere of scherpe kom is een struikelrand op een vluchtroute |
| Bediening van de onderste stang | Mag de bovenste stang niet meebewegen | Anders ontgrendelt de passieve vleugel onbedoeld |
| Uitstekende delen | Scherpe hoeken en uitsteeksels afronden | Letselrisico bij een ontruiming |
Slijtage: waar de cycli op slaan
Beslag wordt beproefd op duurzaamheid en ingedeeld in klassen: klasse 6 staat voor 100.000 cycli en klasse 7 voor 200.000 cycli. Voor de passieve vleugel van een dubbele deur horen daar lagere getallen bij, 10.000 respectievelijk 20.000 cycli, omdat die vleugel veel minder wordt gebruikt. Bij de deur zelf werkt het net zo: de uitvoering C5 van de Univer staat voor 200.000 cycli duurzaamheid van de zelfsluitendheid, en die uitvoering vraagt een deurdranger per vleugel.
Reken dat eens door voor een deur in een magazijn die vijftig keer per dag opengaat: dat is ruim 18.000 cycli per jaar. Klasse 6 is dan na een jaar of vijf op zijn beproefde grens, klasse 7 na ruim tien jaar. Bij een deur naar een technische ruimte die twee keer per week opengaat, praat je over een heel andere orde. De keuze van de klasse hoort dus bij het gebruik, en de controlefrequentie ook.
Wat de deur uit zijn certificering haalt
Ander beslag dan beproefd. Alleen de onderdelen uit de montage-instructie zijn toegestaan, en alleen aanpassingen die in het montage- en onderhoudsboek staan. Bij reparatie horen originele onderdelen.
Beslag op een zwaardere deur. Paniek- en nooduitgangbeslag mag niet worden gebruikt op een branddeur met een hogere brandwerendheid dan waarvoor het beslag zelf is beoordeeld.
Vastzetten met een wig of haak. Een branddeur die permanent openstaat is geen branddeur. Wie een deur open wil houden, doet dat met een vastzetinrichting die bij alarm of stroomuitval loslaat; bij Ninz is dat de deurdranger met elektromechanische vastzetting, gemarkeerd volgens EN 1154 en EN 1155, die de vleugel tussen 80 en 120 graden vasthoudt.
Een dubbele deur zonder sluitvolgorderegelaar. Bij twee vleugels moet de passieve vleugel eerst dicht zijn; daar zit een sluitvolgorderegelaar voor op, volgens EN 1158. Werkt die niet meer, dan sluit de deur wel maar valt hij niet in het slot.
De deur die tegen de muur slaat. Krukken en deurdrangers die tegen een wand of een aangrenzende constructie komen, beschadigen de deur en kunnen het openen belemmeren. De fabrikant vraagt om uitsparingen in de wand of om deurstoppers.
Buiten is een ander regime
Deze deuren zijn gemaakt voor compartimentering binnen. Wie ze buiten toepast, moet volgens de fabrikant drie dingen doen: een lakopbouw kiezen die geschikt is voor buiten, brandwerend glas kiezen dat geschikt is voor buiten, en zorgen voor een luifel of overkapping boven de deur. Zonder die maatregelen dringt water binnen en trekken metalen delen krom, in donkere kleuren het sterkst.
Brandwerend glas is stabiel tussen -40 en +50 graden. Boven die grens reageert de brandwerende tussenlaag en wordt het glas over het hele oppervlak troebel. Monteer dus niet naast een warmtebron van meer dan 50 graden en niet onder verlichting die veel uv-straling geeft, en niet in ruimten met een hoge luchtvochtigheid, want dan lost de tussenlaag op.
Voor zilte of erg vochtige omgevingen adviseert de fabrikant de paniekstangen in roestvast staal in plaats van de aluminium uitvoeringen. Ook de opslag telt: droog bewaren, uit direct zonlicht en uit de regen, ook op de bouwplaats.
Wat je vastlegt
Houd per deur bij: het type en de brandklasse, het certificaatnummer, de gemeten sluitkracht bij oplevering, de datum van elke controle en wat er is vervangen. Bewaar de montage- en onderhoudsinstructie bij het gebouwdossier. Dat is precies wat een inspecteur wil zien, en het is ook wat een monteur nodig heeft om over vijf jaar het juiste onderdeel te bestellen.
Wat CE op de deur verklaart en onder welke montagevoorwaarden dat geldt, staat in CE op een branddeur. De brandklassen zelf staan in brandklassen E, EI2 en REI uitgelegd. Beslag en onderdelen zijn los leverbaar bij beslag en onderdelen.
Onderdeel nodig voor een bestaande deur? Geef het deurtype en het bouwjaar door bij de offerteaanvraag; Witteburg zoekt het originele onderdeel erbij.
