Opent in een nieuw tabblad

✓ Gespecialiseerd in maatwerk

✓ Uit voorraad leverbaar

✓ Technische productkennis

✓ Flexibele levering

Een lichtstraat kiezen op daglichtbehoefte: wat de plaat wel en niet bepaalt

De vraag komt bijna altijd in deze vorm binnen: er moet meer licht in de hal, hoeveel lichtstraat is daarvoor nodig. Het antwoord dat de fabrikant daarop geeft, is geen getal. Wat er wel is, zijn waarden per plaat waarmee de keuze te maken valt zodra bekend is wat er onder die lichtstraat gebeurt.

Het antwoord in kort

Er bestaat in onze leveranciersdocumentatie geen vuistregel voor het aandeel dakoppervlak dat doorschijnend moet zijn. Wie dat wel als hard getal aangeboden krijgt, krijgt een aanname te horen. Wat de fabrikant per plaat wel opgeeft, is de lichtdoorlating, de isolatiewaarde en de mate waarin de plaat zonnewarmte tegenhoudt. Die drie bewegen tegen elkaar in: meer wanden isoleren beter en laten minder licht door, en elke tint die de warmte tegenhoudt levert zichtbaar licht in.

De praktische volgorde is daarom omgekeerd aan wat de meeste aanvragen doen. Eerst vaststellen wat er onder de lichtstraat gebeurt en of de ruimte verwarmd wordt, dan de plaat kiezen die daarbij past, en pas daarna het oppervlak bepalen, in overleg met wie het dak berekent.

Wat lichtdoorlating precies zegt

De lichtdoorlating is het percentage zichtbaar licht dat door de plaat komt, gemeten volgens DIN 5036. Het is een eigenschap van de plaat en geen uitspraak over de hoeveelheid licht in de ruimte eronder. Wat daar aankomt hangt verder af van de stand van de zon, het oppervlak van de lichtstraat, de hoogte van de hal, de kleur van vloer en wanden en de mate van vervuiling op de plaat.

Twee platen met dezelfde lichtdoorlating geven onder een noordhelling en boven een donkere betonvloer dus niet dezelfde werkruimte. Dat is geen tekortkoming van het getal, het is de reden om het getal alleen te gebruiken waarvoor het bedoeld is: platen onderling vergelijken.

Dikte: de ruil tussen licht en isolatie

De waarden hieronder staan per product op de site en gelden voor de heldere uitvoering.

Plaat of paneel Structuur Lichtdoorlating U-waarde
Klikpaneel 16 mm Driewandig ongeveer 69 procent 1,99 W/m2K
Kanaalplaat 16 mm Zevenwandig 64 procent 1,78 W/m2K
Klikpaneel Mono-X 40 mm Vierwandig 62 procent 1,6 W/m2K
Kanaalplaat 32 mm Negenwandig 57 procent 1,2 W/m2K
Klikpaneel 40 mm Tienwandig 52 procent 0,99 W/m2K
Klikpaneel 60 mm Veertienwandig 40 procent 0,69 W/m2K

Van het 16 mm klikpaneel naar het 60 mm klikpaneel gaat de U-waarde van 1,99 naar 0,69 W/m2K en de lichtdoorlating van ongeveer 69 naar 40 procent. Boven een onverwarmde loods of een overkapping telt dat eerste nauwelijks en is 16 mm op zijn plaats. Boven een verwarmde hal of een stal die in de winter op temperatuur moet blijven, is de dikkere opbouw de juiste keuze, en dan is er meer oppervlak nodig voor hetzelfde licht.

Tint verschuift het beeld verder dan dikte

De tint doet aan de lichtdoorlating meer dan de dikte. Op eenzelfde plaat van 25 mm vijfwandig geeft de heldere uitvoering 68 procent en de opalen uitvoering 30 procent. Bij het klikpaneel van 60 mm is dat 40 procent neutraal tegenover 29 procent opaal.

Dat betekent niet dat opaal de mindere keuze is. Helder licht valt als een scherpe baan naar binnen die de hele dag over de vloer schuift, met verblinding op de plek waar hij ligt en schemer ernaast. Opaal verstrooit het licht, waardoor er geen zonnevlek is en het onder de hele lichtstraat gelijkmatig licht is. Voor een werkvloer, een winkel of een ruimte met beeldschermen is dat vrijwel altijd te verkiezen boven een hogere waarde op papier. De volledige tinttabel staat in welke tint polycarbonaat kiezen.

Licht binnenhalen zonder de warmte

Zichtbaar licht en zonnewarmte komen door dezelfde plaat naar binnen, maar niet in dezelfde verhouding. Daar zijn twee getallen voor: de zontoetredingsfactor, het deel van de zonne-energie dat binnenkomt, en de schaduwcoëfficiënt, die dezelfde verhouding uitdrukt ten opzichte van enkel glas.

Voor het klikpaneel van 40 mm geeft de fabrikant in de heldere uitvoering een lichtdoorlating van 52 procent bij een zontoetredingsfactor van 0,42 en een schaduwcoëfficiënt van 0,48; in de parelmoeruitvoering 44 procent licht bij 0,28 en 0,32. Er gaat dus veel minder warmte verloren aan licht dan de tintkeuze doet vermoeden.

Het scherpst is dat bij de warmtewerende uitvoering. Die houdt de zonnewarmtelast tot de helft tegen en heeft een schaduwcoëfficiënt van 0,32, tegenover 0,95 voor de heldere uitvoering, terwijl er nog steeds licht doorkomt. Boven een ruimte die in de zomer te warm wordt is dat de ingang, en niet een kleinere lichtstraat. Wat daarbij hoort staat op warmtewerende daglichtsystemen.

Twee zorgen die geen zorg zijn

Vergeling en lichtverlies over de jaren. Het materiaal filtert 98 procent van de uv-straling weg en beproevingen laten een verwaarloosbare achteruitgang van de lichtdoorlating zien; de beschermende laag hoort daarvoor wel naar buiten te liggen.

Verblinding bij een grote lichtstraat. De architecturale paneelsystemen halen tot 74 procent lichtdoorlating en geven daarbij verstrooid licht zonder zonneschittering, juist omdat het paneel het licht spreidt in plaats van doorlaat als een ruit.

Wat je doorgeeft bij een aanvraag

De maten van de opening en de dakhelling, of de ruimte eronder verwarmd is, en wat er gebeurt: opslag, een werkvloer, een stal, een kas of een winkel. Verder of er in de zomer nu al hitte onder het dak staat. Met die gegevens komt er een voorstel met de plaat, de tint, de profielen en de bevestigingen erbij.

Wie een eis uit een bestek heeft, bijvoorbeeld een daglichtfactor of een aandeel dakoppervlak, stuurt die mee. Wij rekenen die niet uit, maar zoeken er wel de plaat bij die aan de opgegeven waarden voldoet.

Verder lezen

Stuur de maten van de opening, de dakhelling en het gebruik van de ruimte mee met de offerteaanvraag, dan komt er een voorstel met plaat, tint en profielen erbij.

Gerelateerde berichten