Opent in een nieuw tabblad

✓ Gespecialiseerd in maatwerk

✓ Uit voorraad leverbaar

✓ Technische productkennis

✓ Flexibele levering

Polycarbonaat kanaalplaten monteren zonder spanning: de regels van de fabrikant

Een polycarbonaatdak dat na twee zomers golft, aan de onderkant groen uitslaat of bij de eerste vorst een barst bij een schroef laat zien, is vrijwel nooit een slechte plaat. Het is een plaat die niet mocht bewegen. Polycarbonaat zet bij warmte meer uit dan het aluminium en het hout waar het op ligt, en wie dat niet inrekent, bouwt de spanning zelf in. De fabrikant van de Marlon ST-platen heeft de regels op één A4 gezet; hier staan ze uitgelegd, met de reden erbij.

Het antwoord in kort

Reken per meter plaatlengte 3,5 mm ruimte aan de bovenkant en per meter plaatbreedte 2 mm aan elke zijkant. Boor gaten van 18 mm voor bevestigingen die door de plaat gaan, minimaal 40 mm van de rand, tussen de ribben. Draai niets vast wat de plaat klemt. Plak de bovenkant af met gesloten aluminium tape en de onderkant met ventilerende tape, en zet daar een U-profiel over. Leg de plaat met de UV-zijde naar buiten, de kanalen in de richting van de helling en het dak op minimaal 5 graden. Kit alleen met neutraal uithardende siliconenkit met lage modulus. Doe dat, en de plaat gaat jaren mee zoals bedoeld.

Uitzetting: de regel waar alles om draait

De lineaire uitzettingscoëfficiënt van polycarbonaat is volgens de montagehandleiding 6,7 x 10⁻⁵ meter per meter per graad Celsius (de brochure geeft 6,8 x 10⁻⁵ volgens DIN 53752), ofwel ongeveer 0,07 mm per meter plaat per graad, veel hoger dan van de materialen waarmee het gecombineerd wordt. Een dakplaat wordt in de zon warm en ’s nachts koud, en wisselt dus elke dag van lengte. De fabrikant rekent daarom met de volgende ruimte:

Plaatmaat Ruimte voor uitzetting
1000 mm lang 3,5 mm aan de bovenzijde
3000 mm lang 10,5 mm aan de bovenzijde
6000 mm lang 21 mm aan de bovenzijde
1000 mm breed 2 mm aan elke zijkant

Die ruimte zit in het muurprofiel of bovenprofiel, in de zijprofielen en in de boorgaten. Een geslaagde montage heeft één vast punt, meestal onderaan bij de goot, en vanaf daar kan de plaat in lengte en breedte vrij bewegen. Klemt de plaat op twee punten, dan gaat het materiaal ergens ertussen kruipen of scheuren.

Boren en bevestigen

Bevestigingen die door de plaat gaan, krijgen een boorgat van 18 mm, ongeacht de dikte van de schroef of de knop erdoorheen; het gat is groot zodat de plaat om de bevestiging heen kan bewegen. Boor tussen de ribben, nooit door een rib, en minimaal 40 mm van de plaatrand. Gebruik een gewone spiraalboor of een hardmetalen boor en ondersteun de plaat tijdens het boren. Draai bevestigingen niet vast aan: de plaat moet eronder kunnen schuiven. Bij de gootzijde is één extra bevestiging per plaatbreedte nodig, midden tussen de profielen, tegen windzuiging en tegen het afglijden van de plaat door de dagelijkse beweging. Klikpanelen zonder doorgaande bevestiging, zoals de Clickloc, worden met clips of ankers op het spoor gezet; daar geldt voor de clipschroef een gat van 10 mm bij een schroef van 4,2 mm.

Tape boven en onder, en waarom

De kanalen staan open aan beide uiteinden. Aan de bovenzijde komt een gesloten aluminium tape, zodat er geen regenwater, stof en insecten in de kanalen komen. Aan de onderzijde komt een ventilerende tape: die laat lucht in en uit de kanalen, zodat de dampdruk binnen en buiten de plaat gelijk blijft en condens kan ontsnappen, en houdt tegelijk stof en insecten buiten. Over beide tapes komt een U-profiel, aan de bovenzijde met een kleine rups siliconenkit op het bovenvlak van de plaat afgedicht, en aan de onderzijde met afwateringsgaatjes zodat condens uit het profiel kan lopen. Een plaat zonder ventilerende tape aan de onderkant beslaat van binnen en laat na een seizoen algen zien; een plaat zonder gesloten tape aan de bovenkant loopt vol water. Beide tapes zijn per breedte leverbaar: gesloten en ventilerend.

Richting, helling en de UV-zijde

De kanalen lopen altijd verticaal of in de richting van de dakhelling, zodat condens in de kanalen naar beneden kan lopen. Een dak krijgt minimaal 5 graden helling voor de afwatering. De zijde met de UV-beschermlaag komt naar buiten; die zijde is bij levering herkenbaar aan de bedrukte folie. Trek de folie voor de montage ongeveer 50 mm terug langs de randen, zodat de plaat schoon in het profiel gaat en de tape op de plaat hecht, en verwijder de rest direct na de montage: folie die in de zon achterblijft, laat zich later niet meer schoon verwijderen. De plaatrand steekt bij de goot 50 tot 60 mm over, zodat het water in de goot valt.

Zagen, kit en opslag

Marlon ST wordt gezaagd met een fijngetande cirkelzaag of handzaag onder een kleine hoek, met de plaat goed ondersteund. Zaagstof moet uit de kanalen, anders zit het er voor altijd in; uitblazen voordat de tape erop gaat. Voor het afkitten geldt één regel: een neutraal uithardende siliconenkit met lage modulus. Een universele (zuur uithardende) siliconenkit tast polycarbonaat aan en laat het barsten. Platen liggen in opslag vlak, op houten balken met minimaal 100 mm draagvlak en niet meer dan een meter uit elkaar, onder een ondoorzichtige, vastgemaakte afdekking tegen wind, regen en zon; binnen opslaan heeft de voorkeur.

Veiligheid

Nooit op de platen lopen, ook niet even. Gebruik een loopplank die op meerdere gordingen rust. Een kanaalplaat is slagvast, maar niet gemaakt om een persoon te dragen.

Keuzeblok: welk systeem

Verandadak op hout, platen van 10 tot 32 mm. Het thermisch geïsoleerde aluminium verandadaksysteem: muurprofiel bovenaan, multi-verbindingsprofiel of T-profiel op de sporen met rubber, U-profielen op de plaatranden. De uitzettingsruimte zit in de profielen ingebouwd; de plaat wordt niet doorboord.
Lichte overkapping zonder glaslatten. Clickloc: panelen klikken in elkaar, clips op het spoor, U-profiel aan de kop. Panelen op lengte zagen en niet met geweld in één keer inklikken; aan één kant beginnen en langs de lengte doorwerken, desnoods met een beetje siliconenspray.
Lichtstraat of gevel met klikpanelen van 40 of 60 mm. Thermisch onderbroken onder-, zij- en bovenprofielen met ankers in de klikverbinding; de ruimte voor uitzetting zit in het bovenprofiel.
Lichte constructie, kleine vlakken. Transparante polycarbonaat H- en U-profielen als alternatief voor aluminium; dezelfde regels voor tape en uitzetting.

Wat er misgaat bij de verkeerde montage

Te vast aangedraaide schroeven of te kleine gaten: de plaat kan niet bewegen, trekt krom en scheurt bij het boorgat. Geen tape of de tapes verwisseld: condens, algen en insecten in de kanalen, en een plaat die er na een jaar niet meer helder uitziet. Universele kit: de plaat barst langs de kitnaad, soms pas na maanden. UV-zijde naar binnen: de plaat vergeelt en verliest sterkte, en de garantie vervalt. Te weinig helling of kanalen dwars op de helling: water blijft in de kanalen staan en de plaat beslaat. Folie laten zitten: in de zon bakt hij vast. Elk van deze fouten is met de regels hierboven te voorkomen, en geen ervan is met een betere plaat op te lossen.

Verder lezen

Alle platen, tinten en structuren staan op de pagina vlak meerwandig polycarbonaat, de profielen, rubbers, tapes en bevestigingen onder profielen en bevestigingen. Over het kiezen van dikte en structuur: polycarbonaat kanaalplaat kiezen. Per toepassing: terrasoverkappingen en kassenbouw. Bij een bestelling rekenen wij het profielpakket en de tape mee als de dakmaten bekend zijn.

Gerelateerde berichten